1Timoteüs 6,11-19

Gemeente van Jezus Christus, vrienden van G’d,

Als iemand aan je zou vragen wat ‘geloven’ is, wat zou je dan zeggen?

Voor vandaag heb ik bedacht om over deze vraag wat hardop na te denken.

Wat is ‘geloven’?

Het is me vandaag te doen om het werkwoord, niet om het zelfstandig naamwoord. Dus niet om ‘het geloof’, de geloofsleer, de theorie, de dogma’s zo je wilt. Geloven. Wat bedoelen we daar eigenlijk mee? En hoe doe je dat?

Geloven laat zich volgens mij goed vergelijken met sporten.

Wanneer je na verloop van tijd door te sporten je conditie op een gewenst niveau hebt weten te brengen, dan is het niet zo dat je er dan klaar mee bent, dat je kunt stoppen en dat je conditie dan op hetzelfde niveau blijft.

Wat sporten is voor de conditie, is geloven voor het geloof.

Geloven is meer dan alleen het beamen van de geloofsleer. Geloven is meer dan alleen het voor waar houden van bepaalde geloofsstellingen.

Wat ik bedoel te zeggen hoop ik duidelijker te maken met deze vergelijking.

Stel, je wilt graag wat lichaamsgewicht kwijtraken, laten we zeggen 5 kilo. Dat is dan het doel wat je in de toekomst wilt bereiken. En dat doel in de toekomst wil je gaan bereiken door meer te bewegen en anders te eten.

Nu zou je denken ‘oké, dit is het, vooruit met de geit’ – maar met het doel en de methode ben je er vaak nog niet. Je hebt ook nog een ‘drive’ nodig, een motief of geestdrift om de methode vol te houden zolang het doel nog niet bereikt is. Want zonder die ‘drive’, zo blijkt, houd je het vaak niet vol.

Vandaag is het mij te doen om die ‘drive’. Vandaag wil ik graag voorhouden dat geloven de ‘drive’ van het geloof is en dat zonder die ‘drive’ het geloof saai, dor en doods is.

Hoe ben ik hier nu toe gekomen?

Wel, door drie aanleidingen.

De eerste is iets wat je vandaag de dag dikwijls kunt horen, namelijk, dat het christelijk geloof wordt begrepen als een stelsel van waarden en normen. Het geloof valt dan min of meer samen met een set van leefregels. Christen-zijn wordt daarmee dan zoiets als ‘je aan de regels houden’, een manier van doen. Het christelijk geloof valt dan samen met een gedragscode.

Prachtig, maar volgens mij wordt geen mens warm of koud van louter regels, die zetten niemand in vuur en vlam, maken van een christen geen vrije, vrolijke enthousiasteling.

De tweede aanleiding sluit hierbij aan. Het is wat we gehoord hebben uit de brief van Paulus aan Timotheüs.

Paulus roept zijn leerling op om zich aan de bekende regels te houden. Door bepaalde dingen niet doen: roddelen, ruziën, hebzuchtig en geldzuchtig zijn en nog zo wat. En hij roept Timotheüs op om andere dingen juist wel te doen: goed doen, vrijgevig zijn, bereid om te delen.

Wat in die woorden van Paulus ook helder wordt, is dat die regels geen doel in zichzelf zijn. Die regels vormen veeleer een methode. Methode is oorspronkelijk een Grieks woord en kan vertaald worden als ‘af te leggen weg’.

Zoals dieetregels leiden tot een toekomstig ideaalgewicht, zo verbindt Paulus die leefregels aan de wijze waarop de weg wordt afgelegd om het toekomstige, eeuwige leven te bereiken.

Al snel wordt dit toekomstige leven als beloning geduid. Alsof je dat eeuwige leven zou moeten verdienen. De hemel als een soort gouden medaille die je verdient door heel erg goed je best te doen. Wie goed zijn best doet, zich aan de regels houdt, die komt er wel.

Dit alles is een hardnekkig misverstand. Want het doel dat je beoogt, bepaalt de methode. Het doel bepaalt wat daarmee verenigbaar en onverenigbaar is. Het doel kan geen beloning achteraf zijn want het doel gaat aan de methode vooraf.

Wie vrede verlangt, bepleit geen oorlog. Wie wil dat de klimaatdoelen behaald worden, doucht niet langer dan 5 minuten per dag en rijdt niet harder dan 100 km per uur. Wie de kloof tussen arm en rijk wil dichten, vindt het welzijn van medemensen belangrijker dan het rendement van zijn financiële tegoeden. Wie God wil liefhebben, kan niet zijn naaste haten. Wie in de toekomst in de hemel zal zijn, leeft nu al op aarde zoals in de hemel.

Dus, de leefregels of een methode zijn geen doel in zichzelf maar zijn onlosmakelijk verbonden met een daaraan voorafgaand, toekomstig doel of verlangen.

Tenzij ik er helemaal naast zit – maar dan hoor ik dat graag van een van jullie – is ons in de toekomst gelegen verlangen de ontmoeting of de eenwording met G’d.

Dat vooruitzicht is geen beloning die nog verdiend moet worden maar dat staat al vast, is al gegarandeerd.

Jij en ik zullen sowieso eens ooit God zien en dat vooruitzicht bepaalt onze levenswijze en onze leefregels.

Nog korter, negatief geformuleerd: christelijke normen en waarden die niet verbonden zijn met een of andere relatie met God hebben niets met het christelijk geloven te maken.

Tenslotte de derde aanleiding die mij tot dit alles heeft gebracht.

Dat is het boek ‘Bewustzijn’ van Anthony de Mello. Anthony de Mello was een Indiase christen, theoloog en psychotherapeuten leefde van 1931 tot 1987.

Een van de grootste waarde van de inzichten van mensen met een andere achtergrond dan onze Westerse, is dat wij ons bewust kunnen worden van onze culturele oogkleppen, waardoor we soms niets anders kunnen zien, waardoor we soms iets niet anders kunnen zien.

Eén van de inzichten die Anthony de Mello mij heeft gebracht is dat je niet alleen het verleden maar ook de toekomst los kunt laten.

De Mello benoemt dat ook wel als wakker worden. Door in het verleden of in de toekomst te leven gaat het heden aan je voorbij, alsof je slaapt.

Zo even heb ik gezegd dat het mij vandaag te doen is om de ‘drive’ van het geloof.

Wel, ik vermoed ik dat die ‘drive’ met dat wakker zijn te maken heeft. Dat geloven niet iets is van het verleden of voor de toekomst maar dat het iets is voor vandaag, dat het een uitwerking heeft voor dit moment van leven, heden, het nu.

En daarvan zie je ook iets terug in de woorden van Paulus, haast onopvallend, wanneer hij aan Timotheüs schrijft om je ziel en zaligheid niet van afhankelijk te maken van geld maar van God die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten.

Wanneer het gaat om dít moment, nu, dan komt alles waar je later pas iets aan hebt in een ander licht te staan.

Waar je later pas iets aan hebt, daar kun je nu niets mee.

Geloven is niet voor later. Geloven is nu.

Geloven is meer dan beamen van een geloofsleer. Geloven is meer dan je houden aan de regels. Geloven is meer dan geloven in een hiernamaals.

Geloven is genieten in het hiernumaals. Geloven is je verwonderen over het onvanzelfsprekende en het vanzelfsprekende. Geloven is je voorbereiden op het onverwachte. Geloven is luisteren naar de stilte.

Geloven is G’d herkennen in het ogenblik, in al wat zich aandient, in de dingen, de natuur, de kunst en in muziek, in het leven, in de dieren, in de mensen in jou en in mij, in Lisa en Hanne.

Geloven is herkennen van G’ds aanwezigheid in dit moment. Dat maakt geloven tot een kunst van genieten, dat maakt van gelovigen, levensgenieters.

Geloven is een ‘drive’, een beweegreden, geestdrift om nu – om nu al op aarde te leven volgens de regels van de hemel, om nu al hemels te leven.

Enthousiast. Oorspronkelijk ook een Grieks woord. ‘in G’d zijn’ – letterlijk.

Als iemand aan je zou vragen wat ‘geloven’ is, wat zou je dan zeggen?

Geloven is enthousiast-zijn in dit moment.

Amen.