Amos 8,4-7; 1Timoteüs 2,1-8; Lucas 16,1-13

Gemeente van Jezus Christus, vrienden van G’d,

Afgelopen vrijdag heb ik tijdens de oecumenische gebedsviering in de Champetter vooral nagedacht over de woorden van Jezus die wij hier zojuist ook gehoord hebben.

Zodoende heb ik me bedacht om vandaag met jullie vooral te kijken naar de woorden van Amos en die van Paulus.

En die woorden brengen mij allereerst in verlegenheid. Dat zit zo.

De woorden van G’d bij monde van profeten, apostelen en Jezus nodigen ons vaak uit om meer te doen dan het gewone. De vraag is evenwel hoe ongewoon, in welke mate het ongewone van ons wordt gevraagd.

Of anders gezegd: hoe hoog ligt die goddelijke lat precies?

En hier zit mijn verlegenheid een beetje op vast. Want:

Wanneer een lat te hoog ligt, onbereikbaar hoog, gedoemd te mislukken hoog dan waag ik meestal niet eens een poging om eroverheen te komen. Natuurlijk kan ik dan wel mooi praten over het ideaal – de ideale hoogte – maar serieus moeite doen om die hoogte te bereiken, daar begin ik niet aan.

Het ideaal is dan onbereikbaar, niet reëel, niet realistisch, onhaalbaar, misschien zelfs wel onmenselijk. Het ideaal, die ideale hoogte, is meer iets voor dromers, visioenen en vergezichten – maar in het werkelijke leven, hier en nu, kun je er niks mee.

Tegenover een lat die te hoog ligt, ‘staat’ een lat die te laag ligt. Om daar overheen te komen hoef je geen enkele moeite te doen. Die lage lat ligt eigenlijk op het niveau van het gewone, van de praktijk zoals die is en daagt dus ook helemaal niet uit om meer te doen, om in het gewone en gewoonlijke verandering te brengen.

Een lat die te hoog ligt, verlamt. Een lat die te laag ligt, verstart.

De vraag is dus waar de lat moet liggen om ons ertoe te brengen om verder te komen dan de huidige, gewone stand van zaken, en om verder te komen dan te praten en te preken over hoge idealen zonder de daad bij het woord te voegen.

Een hoogte die niet leidt tot faalangst of schuldgevoelens maar ook niet tot laksheid of goedkope berusting.

Dus, als we vandaag op die lat de woorden schrijven ‘vrede verbindt over grenzen’ waar ligt die lat dan voor ons, voor jou en voor mij?

De oordeelsprofeet Amos windt er geen doekjes om. Diplomatiek taalgebruik is niets voor hem. Amos klaagt aan en veroordeelt met de naam van G’d op zijn lippende tweedeling die door rijken tot stand wordt gebracht door armen arm te houden en nóg armer te maken.

Als geld niet gebruikt wordt om mensen te helpen, zo probeert Jezus zijn hoorders aan het verstand te brengen, dan leidt geld niet tot vrede en verbinding maar tot onvrede en verdeeldheid.

Als geld belangrijker is dan mensen, als winst van de een belangrijker is dan het welzijn van de ander, als de rijke leeft ten koste van de arme, als sandalen meer waard zijn dan de makers – zoals Amos dat zegt, hetgeen ik vandaag zou hertalen als ‘als de prijs van sandalen hoger is dan het loon van de makers’ – wel dan laat God bij monde van Amos dreigend weten dat Hij dat nooit zal vergeten.

Als het om geld gaat, ook in de kerk, dan is de verleiding altijd groot om de lat flink hoog te leggen. Zo hoog dat wij er niets mee kunnen.

Het slechten van de kloof tussen rijk en arm, tussen het rijke Westen en de arme rest van de wereld, wordt dan bijvoorbeeld uitbesteed aan wereldleiders en de CEO’s van grote multinationals. Die vraagstukken zijn dan voor ons, gewone mensen, te groot, wij kunnen daar niets aan doen, wij zijn daar niet verantwoordelijk voor.

Tenzij ik mij vergis, maar ik vermoed toch dat Jezus zijn voet op deze denkweg dwars zet, door erop te wijzen dat onrecht en onbetrouwbaarheid zich in het groot laat gelden, maar ook in het klein. Dat het klein begint – en dus ook gewoon bij jou en bij mij.

Dat begint klein, bijvoorbeeld bij je winkelmandje.

Zo las ik twee dagen geleden op de website van de BBC het bericht dat bij het oogsten van hazelnoten er sprake is van kinderarbeid en dat het uurloon van de arbeiders minder dan 1 euro bedraagt.

De sandalen van Amos is de hazelnotenpasta van vandaag, de prijs van het kleinste potje Nutella is hoger dan het uurloon van de hazelnotenplukkers.

De grote problemen van kinderarbeid, uitbuiting en onrecht beginnen klein – maar dat geldt ook voor de oplossing.

Door eerlijke producten te kopen. Door een klant te worden van een bank die welzijn van mensen niet ondergeschikt maakt aan koerswinsten. Door je hypotheek of beleggingen onder te brengen bij een instelling waar de renteopbrengsten niet ten koste gaan van het geluk van anderen.

Ja, deze keuzes kosten jou en mij geld.

Maar als Jezus aan ons duidelijk probeert te maken dat het geld en bezit ons zijn toevertrouwd om daarmee het geluk van anderen te dienen, – als wij geloven dat onze medemens ons meer waard is dan ons geld – dan kunnen wij vandaag niet over verbinden spreken en bidden en denken dat de lat op de grond ligt, denken dat deze G’ds woorden van Amos en Jezus geen hele concrete, financiële gevolgen hebben voor het doen en laten van jou en van mij.

Vrede verbindt over grenzen.

Tegenwoordig wordt er weer meer over grenzen gesproken. Over onze eigen grenzen. De grenzen van ons land of de grenzen van ons continent. En soms hoor je roep om onze grenzen te bewaken en om onze grenzen te sluiten.

De apostel Paulus heeft niet zoveel met grenzen, denk ik.

Zo vind ik het wel grappig dat hij niet oproept om voor de koning te bidden, maar om voor álle koningen te bidden.

Bij de bestudering van deze woorden van Paulus las ik een boekje van professor Smelik, uitgeven in 1940. Een toepasselijk boekje, bedacht ik me, nu wij juist in deze dagen en het komende jaar herdenken dat 75 jaar geleden de bevrijding van Nederland begon.

De dreiging en de oorlog is voelbaar in het boekje. Vooral in de toelichting van die oproep om te bidden voor gezagsdragers. Smelik legt uit dat deze voorbede geen nederige, vrijwillige of opgelegde buiging in de richting van het staatsgezag is.

Voorbede is nimmer een gebed gloeiend van vaderlandsliefde.

Zij betekent allerminst een indirecte belofte van gehoorzaamheid van de zijde van de kerk.

‘Hier buigt’, zo schrijft hij, ‘niet de kerk voor de overheid, maar de overheid voor de verkondiging der kerk’.

Daarmee bedoelt hij, denk ik, dat de voorbede voor koningen en gezagsdragers altijd betekent dat zij worden opgedragen voor God in het licht van het evangelie en de opdracht voor gerechtigheid en verandering.

Onze voorbede voor politici en gezagsdragers hangt altijd samen met een G’d die niet vergeet – als macht wordt misbruikt en als liefde niet voor alle mensen waar wordt gemaakt.

Want, zo schrijft Paulus, er is maar één G’d.

En die belijdenis is niet, zo meen ik toch, een oproep tot strijd, gevechten en oorlogen met iedereen die daar anders over denkt.

Nee, die ene G’d leidt ons ertoe om voor alle mensen te bidden. De ene G’d verbindt niet alleen over grenzen maar doet zelfs alle grenzen vervallen. De ene G’d doet vervreemding te niet en verbindt alle mensen aan elkaar, tot eenheid ondanks alle verschillen.

De ene G’d verbindt mensen aaneen.

En als het nu om deze eenheid onder elkaar gaat, zoals wij hier nu zitten en zoals wij hier samenleven in Roosendaal, hoe hoog ligt dan de lat?

Leggen we de lat te hoog en verklaren we dit visioen tot dromerij, tot een verlangen dat van weinig realiteitszin getuigt?

Leggen wij die zoektocht naar verbinding op het bordje van de synode, de bisschop, de burgemeester en het gemeentebestuur?

Of leggen we de lat gewoon op de grond en laten we alles gewoon zoals het is, niet gekweld of uitgedaagd door het verlangen naar verbinding met die ander die anders is?

Allee, lieve mensen, ik heb het geluk met dit alles al een paar dagen bezig te zijn, dus ik kijk al met andere ogen naar de hazelnotenpasta in de winkel, ik heb mijn beleggingen nog eens tegen het licht gehouden en ben tot de slotsom gekomen dat mijn verbinding met mensen buiten het protestantse kringetje veel te wensen over laat.

Mijn voorstel is dat wij over dit alles met elkaar in gesprek gaan, over eerlijke producten, fairtrade, ook in onze kerken, over eerlijk bankieren, ook in onze kerken, en over de verbinding met elkaar, in onze kerken, tussen onze kerken, de oecumene, over een Roosendaals platform van kerken – en laten we met elkaar praten over verbinding met andersgelovigen en niet-gelovigen en al onze woorden omzetten tot daden.

Want er is maar één God.

Zijn vrede verbindt over grenzen.

Amen.