Exodus 20

Gemeente van Jezus Christus, vrienden van God,

Vandaag staan de 21 verzen uit Exodus 20 centraal maar ik kom vandaag niet verder dan vers 2.

Dat tweede vers is als ik het goed begrepen heb belangrijker dan alle verzen die daarna volgen.

Als het tweede vers niet goed wordt verstaan dan leiden de daaropvolgende verzen zonder meer tot misverstanden – of erger: tot ellende.

Dus over die tien geboden ga ik het vandaag verder niet hebben.

De bespreking van die woorden leent zich meer voor een bijbelgesprekgroep.

Alhoewel ik over deze keuze wel wat getwijfeld heb, zo beken ik.

Want als het hier op zondag niet besproken wordt, zal het dan ooit breed onder ons bekend blijven dat – bijvoorbeeld – met ‘gij zult niet doodslaan’ bedoeld wordt dat je geen bloedwraak zult nemen, dat je geen kwaad met kwaad zult vergelden, dat je het recht niet in eigen handen zult nemen.

Of – dat met ‘gij zult niet echtbreken’ geen echtscheiding wordt bedoeld maar dat je niet in het huwelijk van een ander in zult breken, dat je als derde in het spel niet het huwelijk van een ander zult ontwrichten.

Afijn, wie toch al meer wil weten voordat die bijbelgesprekgroep er is, kan alvast een boek ter hand nemen want er is genoeg over geschreven.

Hoe het vroeg in de Gereformeerde Kerken gebeurde weet ik eerlijk gezegd niet maar in de Hervormde Kerk werden tien geboden normaal gesproken op zondagmorgen voorgelezen.

En dat voorlezen kon op twee verschillende momenten, namelijk voor de verootmoediging en schuldbelijdenis óf daarna.

De keuze tussen ervoor of erna hangt samen met de reden waarom de tien geboden gelezen kunnen worden.

Wie de tien geboden leest als een confronterende spiegel om het eigen falen te ontdekken, je zonden klassiek gezegd, leest ze ervoor – om daarna zichzelf klein te maken voor God en de eigen schuldigheid te belijden.

Wie de tien geboden na de verootmoediging leest, leest de geboden als regel der dankbaarheid.

Wie zich eenmaal vrijgemaakt weet van alles wat een mens kan bezwaren, neemt vervolgens de tien geboden ter hand om de hernieuwde vrijheid te bewaren.

We horen:

“Toen sprak God deze woorden: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd’” en daarná volgen de tien geboden.

Ik omarm daarom graag het inzicht dat de tien geboden gelezen worden na de bevrijding, in het licht van de vrijheid.

Deze geboden zijn dan ook niet bedoeld om opnieuw te beknellen, om opnieuw te onderdrukken – maar bedoelen juist het tegenovergestelde.

Deze geboden bedoelen de vrijheid te bewaren, te beschermen, te koesteren.

Persoonlijk vind ik het mooi om dit inzicht te verbinden aan wat de apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Galaten, namelijk dat Christus ons heeft bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven.

“Houd dus stand”, zo schrijft hij, “en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.”

Vrijheid verplicht, zo heb ik 14 dagen geleden gezegd.

Vandaag houd ik het erop dat vrijheid in de allereerste plaats verplicht om de vrijheid te bewaren.

Vrijheid is geen doel in zichzelf.

Vrijheid is veeleer een instrument, of beter: de voorwaarde voor de bedoeling van vrijheid.

De bedoeling van vrijheid is om werkelijk, authentiek te leven in relatie met alles en iedereen, waaronder ook God en jezelf zijn begrepen.

Nu las ik ergens dat in het licht van de tien geboden de relatie met God vooral ethisch begrepen moet worden.

Daarmee wordt bedoeld  dat mensen worden opgeroepen om God te gehoorzamen.

Ik betwijfel of dat wel zo’n gelukkige formulering is.

Want met deze beschrijving ligt het misverstand volgens mij levensgroot op de loer dat de relatie met God snel wordt ingevuld met regelgeving.

En geloven wordt dan even snel niets anders dan ‘je aan de regels houden’ – en wordt in de slipstroom daarvan ook het kerkelijk leven bepaald door regels, die voorschrijven hoe het moet en hoe het hoort.

Het is een hardnekkig misverstand dat als je je maar aan de regels houdt dat het met God dan wel oké zit.

God lijkt dan op een politieagent die niets anders doet dan in de gaten houden of mensen niet in overtreding zijn.

Wie zich aan de regels houdt, kan zorgeloos God passeren.

Wie een overtreding begaat, kan dan een boete verwachten.

Dit hardnekkig misverstand zorgt ervoor dat het geloven het leven benauwt en verstikt – het leidt tot angst en kent geen blijdschap of vreugde.

Thom Naastepad schrijft naar aanleiding van 2 Petrus 2 ergens dat het niet gaat om de moraal maar om het moreel.

In mijn eigen woorden heb ik dit verstaan als: ‘het gaat niet om de regels maar het gaat om het hart’.

Want als het hart ontbreekt verworden regels tot stokken om mee te slaan, geliefd in de handen van een ieder die medemensen wil knechten, klein wil houden, er onder wil houden, alles behalve vrij.

Een mens kan zich niet aan God verbinden als diens verhouding tot God niet bepaald wordt door vrijheid.

God is de God van de bevrijding.

God spreekt tot de mens die Hij bevrijd heeft – weggevoerd uit de slavernij van Egypte en dat is niet om ergens anders weer slaaf te zijn.

Ook niet door de vrijheid te bewaken uit angst de vrijheid te verliezen.

Angst om te verliezen leidt tot krampachtigheid en behoudzucht, tot een houding waardoor ‘alles moet blijven zoals het is’ en waardoor elke verandering onmogelijk is.

Het is pijnlijk dat de angst om de vrijheid te verliezen juist leidt tot het verlies van vrijheid.

Vrijheid schept ruimte.

Vrijheid nodigt uit tot vernieuwing.

Vernieuwing van handelen.

Tot nieuwe levensvormen.

“Het is”, zo schrijft Marc Alain Ouaknin, “ook en misschien nog wel meer een levenshouding, een levenservaring, een werkelijke vernieuwing van zichzelf.

Vrijheid betekent niet de een of andere waarheid omtrent zichzelf ontdekken of op de een of andere manier waarachtig zijn… (…).

Het is veeleer een voortdurend streven naar onafhankelijkheid met betrekking tot al datgene wat de mens belet zichzelf te worden.

Het is het risico nemen zichzelf te worden.”

De mens, wij, jij en ik zijn door God, door Christus, bevrijd – vrij om onze eigenheid te vinden, om te ontdekken wie wij zijn, op alle gebieden van het leven.

“Het gaat erom”, zo schrijft Ouaknin, “dat wij leren iedere keer opnieuw met een nieuwe blik naar de wereld te kijken, zodat de meest eenvoudige en onbetekenende gebaren glans krijgen en belangrijk worden, zodat het leven vruchtbaarder wordt en intenser kan worden genoten.

Het betekent uiteindelijk dat we het huidige leven moet leven vanuit de idee van de verlossing.”

De bedoeling van vrijheid is om werkelijk, authentiek te leven in relatie met alles en iedereen, waaronder ook God en jezelf zijn begrepen.

God heeft ons bevrijd om te kunnen zijn wie je bent.

Omdat God zich met jou en mij wil verbinden zoals wij zijn – zoals wij zijn heeft God ons lief.

Gods liefde voor jou en mij zoals wij zijn neemt alle grond voor schaamte en schuld voor wie wij zijn weg.

Bevrijd, ook van oude overtuigingen en ervaringen uit het verleden die ons belemmeren om met vertrouwen God en anderen tegemoet te treden.

Wie bevrijd is, hoeft zich nooit anders voor te doen.

Er is geen noodzaak meer om een masker op te zetten om jezelf, je gevoelens te verhullen.

God heeft ons bevrijd, heeft ons in de ruimte gezet om zonder angst te genieten van al wat is, om anders te leven, om te experimenten, te veranderen, origineel, creatief, speels, om plezier te maken met elkaar, om blij en vrolijk te zijn, om te genieten van grote en kleine dingen, om het leven lief te hebben – én God, én je medemensen én jezelf.

Daartoe heeft God ons bevrijd.

Omdat God van ons houdt.

Om te leven.

Dit is het evangelie.

  1. Ik ben de Heer, jullie God. Ik heb jullie bevrijd uit een situatie van geweld en onderdrukking. Zorg er voor dat jij zelf en de ander in vrijheid kunnen leven.
  2. Leg mij, jullie God, niet vast. Wees voorzichtig met: God zegt dit of dat, en Hij of Zij is zus of zo.
  3. Noem zijn Naam niet te pas en te onpas voor eigen gebruik, alsof Hij voortdurend jou ter beschikking staat.
  4. Doorbreek met een rustdag het gejaag naar meer, beter en hoger. Neem afstand van hetgeen je doet en kijk waar je mee bezig bent. Gedenk dat je een vrij mens bent.
  5. Onderhoud de band met degenen die je zijn voorgegaan op je levensweg. Als het goed is, helpen zij je bij het zoeken naar de zin van dit bestaan.
  6. Waak over het leven als een uniek geschenk. Ervaar de ander en de natuur als door God gegeven.
  7. Kom niet tussen mensen die van elkaar houden. Wees zuinig op het geluk van anderen.
  8. Laat niet het hebben en houden je levensstijl bepalen, maar leer dat leven een kwestie is van geven en delen.
  9. Verlaag een ander niet door hem of haar in een kwaad daglicht te plaatsen. Maak dat je kritiek opbouwend en bevestigend is.
  10. Blijf jezelf en verschuil je niet achter een buitenkant van bezit en uiterlijkheden.

Amen.