Johannes 1,1-14

Lieve gemeente van Jezus Christus, vrienden van God,

Mocht u deel 1 – gisterenavond – hebben gemist: we hebben het over kaasfonduen gehad. Gisteren ging het over de kaas en ik heb beloofd dat het vandaag – in deel 2 – over de spiritus zal gaan.

Met de kaas gaat het over wat Jezus zegt over de mens. Of beter: over jou en mij. En het antwoord was – is – gisteren dat Hij van u en mij droomt. Hij gaat voor ons – zogezegd – door het vuur. En dat zegt alles over u en mij. U en ik – wij mensen zijn de enige reden waarom Jezus geboren is. Het geeft aan hoe enorm belangrijk wij zijn voor Hem. Denk daarom nooit gering van ander of van uzelf. God zet voor u en voor mij alles op het spel.

En wat zegt dit nu over G’d? G’d is trouwens een woord bij gebrek aan beter. Anders dan al onze andere woorden valt het woordje ‘god’ niet te definiëren. G’d kan hoogstens bij benadering omschreven worden.

En wat betekent het dan wanneer wij zingen « wij danken U, God die Gij zijt, dat Gij ons menselijk wil ontmoeten. » Hoe moet je het nu waarderen dat het Woord – dat G’d, mens heeft willen worden, het bovennatuurlijke verruilde voor het natuurlijke, het hemelse voor het aardse. Wat zegt het over een God dat die onder de mensen wil wonen?

God is liefde – dat hoor je dikwijls zeggen. Het staat letterlijk in de bijbel – in de eerste brief van Johannes. En toch denk ik op een dag als vandaag dat dat ‘God is liefde’ dikwijls onvolledig wordt begrepen.

God is liefde is niet eenzelfde soort uitspraak als ‘de kansel is van hout’. ‘God is liefde’ is geen definitie van God zoals ‘de kansel is van hout’ ook geen definitie van een kansel is.

De uitspraak ‘God is liefde’ kun je misschien het beste vergelijken met een ei. Alhoewel, het beste… ik weet even niks anders. Uit zo’n ei kan maar één ding komen: een kip. Wanneer je zegt ‘God is liefde’ zeg je daarmee vooral dat uit God niets anders voort kan komen dan liefde, en dat God dus ook van mensen houdt. God is, bij wijze van spreken, een filantroop,

Maar, zoals al verteld, God houdt niet zomaar van mensen in het algemeen – alsof wij een soort massaproduct zijn waarbij de een van de ander niet te onderscheiden is – nee, God houdt van mensen met een naam en een gezicht, van u en van mij. Johannes gaat zelfs nog een stap verder, als hij zegt dat God zelfs ertoe bereid is om ons als zijn eigen kinderen te zien. En dat zegt wat over ons – maar wat zegt dat over God?

Het zegt dat God bereid is om ons heel nabij te komen, dat God ernaar verlangt om ons heel nabij te zijn. Ik weet niet of u het kunt proeven, of u het zo in de lucht kunt voelen hangen. Het is de intensiteit waarmee God kiest om met ons samen te leven – op aarde zoals in de hemel – die intensiteit is zo intens dat niet alleen God zelf erdoor in beweging komt maar ook anderen in beweging zet: de herders, de wijzen, de engelen… en u en mij.

God staat zogezegd voor u en mij in vuur en vlam – en dat werkt aanstekelijk.

Gisteravond vroeg ik mij af wat dat aanbidden van Jezus nu eigenlijk betekent. En ik vroeg aan de aanwezigen of zij tijdens de glühwein mij wilde laten horen hoe zij daarover dachten. Een van de aanwezigen vertelde mij na afloop dat aanbidden volgens haar betekent dat je in vuur en vlam staat…

Ik aarzel wat… want dat zou anders gezegd betekenen dat God de mens – u en mij – aanbidt.

Dat lijkt de wereld op z’n kop. Alhoewel… iemand liefhebben en iemand aanbidden liggen dikwijls in elkaars verlengde. En staat de wereld ergens ook niet op z’n kop als een God zich niet groot maakt maar juist klein – door niet alleen mens te worden maar ook nog ‘ns geboren te worden als een kind, weliswaar als een koningskind – maar dan weer niet een paleis maar in een stal.

Hoe ver is die God voor ons bereid te gaan, vraag je je af? Heel ver – Bethlehem was slechts het begin, peanuts vergeleken bij hetgeen nog zou volgen.

Het leven van Jezus – van begin tot het einde – is eerst en vooral een bewijs – niet alleen dat God liefde is maar bovenal hoezeer God van u en mij houdt, hoezeer die God ernaar verlangt om met u en mij samen te leven, om ons nabij te zijn.

Misschien is het u allang duidelijk maar laat het me toch nog ‘ns over een andere boeg gooien.

Gisteren heb ik gezegd dat het fonduepannetje met toebehoren staat voor het verhaal dat je goed en lief bent voor elkaar, en behulpzaam bent voor een ieder die om hulp verlegen zit, in vrede met elkaar samenleeft. Het is een veelvoorkomende en beslist geen verkeerde opvatting dat de betekenis van Jezus samenvalt met dit verhaal. Jezus is dan – kort gezegd – een voorbeeldfiguur vergelijkbaar met Gandhi, Marten Luther King en Nelson Mandela. En daar is nogmaals niks mis mee – sterker, we worden opgeroepen om te leven zoals Jezus. Maar waarom zou je? Wat zet je ertoe aan om te leven zoals Jezus? Waarom zou je daarvan dromen – wat zet je daartoe in beweging, hoe kom je in vuur en vlam te staan voor die levenswijze van Jezus?

Die slaat in de pan, vermoed ik, niet zozeer door oog te hebben voor Jezus’ levenswijze maar door te zien dat Jezus’ leven uitdrukking is van Gods liefde voor u, voor mij. De liefde van God gaat aan de geboorte van Jezus vooraf. Zonder die liefde valt die hele geboorte in het water – en water en vuur gaan niet samen. En dan kan Jezus zomaar verworden tot een voorbeeldfiguur – en nogmaals: dat is niet niks – maar een voorbeeldfiguur die niets meer met God te maken heeft en dus ook niets meer met Kerst, Pasen, laat staan Pinksteren – het feest van het vuur, van de Geest, Spiritus in het latijn.

Spiritus – ‘spiritoes’ is de liefde van God zonder meer. vooral Gods intense verlangen om ons nabij te willen zijn ten toon: Gods overweldigende liefde de bron – de brandstof zo u wilt – voor al ons doen en laten, voor ons pannetje, onze liefde voor elkaar – Gods liefde is ons leven.

Of met een wat minder en wat meer bekende verzen van Huub Oosterhuis te besluiten:

 Omdat Hij niet ver wou zijn,
is de Heer gekomen.
Midden in wat mensen zijn
heeft Hij willen wonen.
 
’t Woord kwam in de duisternis,
licht werd aangegeven.
Maar wie weet, dat Hij het is
die de mens doet leven?
 
God van God en licht van licht
aller dingen hoeder
heeft een menselijk gezicht
aller mensen broeder.
 
Wilt daarom elkander doen
alle goeds geduldig.
Weest elkaar om zijnentwil
niets dan liefde schuldig.
 
Weest verheugd, van zorgen vrij:
God die wij aanbidden
is ons rakelings nabij,
wonend in ons midden.

Amen.