Lucas 2,33-40

Lieve gemeente van Jezus Christus, vrienden van God,

Er zit een groot risico aan brillen. Het voordeel is natuurlijk dat je alles anders ziet. Als het goed is, beter. Het nadeel is dat je alles door zo’n bril gaat zien. Als, bij wijze van spreken, je bril roze is, dan is alles roze.

Nu wil het geval dat we niet zonder bril kunnen. Allemaal kijken we op een bepaalde manier onze ogen uit. Zo is de een, bijvoorbeeld, geneigd alles zonnig te bekijken. Een ander ziet eerder alles van de donkere kant. De een ziet alles van een positieve kant: er valt een wereld te winnen. Een ander van een negatieve kant: het wordt nooit wat.

Ook de bijbel kun je niet anders lezen dan door een bril. Het is belangrijk om je van die bril bewust te zijn. Zodat je weet dat je die bijbel gekleurd leest – daardoor vallen sommige zaken je juist op maar andere elementen ontgaan je. En, als je je bewust bent van de bril die je op hebt, kun je er ook voor kiezen om ‘ns een andere bril op te zetten.

Zoals verandering van spijs doet eten, zo doet verandering van bril verwonderen.

Ik heb min of meer nog steeds die bril van kerst op. Die van de kaasfondue. Daardoor word ik door ongeveer dezelfde vragen overvallen.

Wat zagen Simeon en Hanna in Jezus? Hoe kan het dat bij het zien van Jezus zij in gejubel uitbarsten? En natuurlijk kruipt daarbij meteen de vraag bij omhoog: hoe zit dat bij ons? Hoe verhoudt dat wat zij zien tot dat wat wij zien? Hoe verhoudt hun reactie zich tot onze reactie?

Heeft u wel ‘ns van de Pavlov-reactie gehoord? Het is ongeveer dit: Men neme een hond en je geeft die hond wat lekkers – en terwijl je de hond wat lekkers geeft, klingel je ook met een belletje. Het merkwaardige is nu dat wanneer je een tijd later alleen met het belletje klingelt en de hond helemaal geen brokken geeft, bij het dier toch het water al in de mond. Dit kan verder in vrijwel alle varianten worden uitgewerkt: als je een hond straft onder belgeklingel, dan zal de hond na verloop van tijd zonder meer wegduiken alleen door te klingelen. En als je onder belgeklingel enthousiast een bal tevoorschijn tovert om met het dier te spelen, dan zal de hond al bij het horen van de bel enthousiast reageren ook al is er nog geen bal te zien – het heeft al voorpret.

Iedere vergelijking gaat natuurlijk wel ergens mank maar toch. Er zijn drie onderdelen in die Pavlov-reactie te onderscheiden: er is een soort van vooruitzicht – bijvoorbeeld spelen met bal; er is een soort van gedrag wat aan het vooruitzicht vooraf gaat – de voorpret – het enthousiast heen en weer springen; en er is een soort van stimulans voor dit alles – het belgerinkel.

Nu zou ik graag met deze bril op naar Hanna willen kijken.

Hanna is evenals Simeon vol van een toekomstvisioen namelijk de verlossing van Jeruzalem. Dat is hun vooruitzicht. Maar nu wordt het wat lastiger. Want zij doet nog twee dingen maar welke daarvan is de voorpret en welke is de stimulans?

Ze treedt Jezus naderbij én zij doet aan vasten en bidden.

Ik houd er het op dat dat vasten en bidden, dag en nacht in de tempel haar stimulans is. Ze wordt daardoor gevoed, daardoor komt ze als het eropaan komt in beweging.

Mooi is dat. Het illustreert zo prachtig dat vasten, bidden en tempel- of kerkgang geen doel in zichzelf is maar een prikkel voor iets anders.

Velen zeggen dat je niet naar de kerk hoeft te gaan om te geloven. Dat is waar. De vraag is evenwel of je zonder die prikkel wel genoeg geprikkeld blijft om gelovig in beweging te komen. Dat geprikkel kan heus ook wel anders – maar dan moet dat natuurlijk ook wel gebeuren.

En vaak is het zo, dat wat je samen met anderen doet – bijvoorbeeld als koppel of als een team – dat je dat langer volhoudt – naast het gegeven dat je er samen vaak ook meer plezier aan beleeft.

Vasten en bidden, dag en nacht, waar dan ook doet iets met de mens – het houdt niet alleen het vooruitzicht levend – de droom – maar ook de voorpret, – het houdt niet alleen het verlangen in stand maar ook de blijde verwachting.

Bidden en het lezen van de heilige schrift, stille tijd en meditatie zijn onmisbare elementen voor alle religieuze of spirituele mensen om op weg te gaan – dat is één – naar het land van belofte – dat is twee.

Fijn dat u daarom hier bent – is het niet voor uzelf dan wel voor een ander – en ook ik vind het gewoon fijn – laat ik dat ook ‘ns eerlijk bekennen – dat u er bent.

Vasten en bidden houden de droom levend. Denkt u bijvoorbeeld maar even terug aan die bede van Gerard Reve: “O Heer dat koninkrijk van U, komt daar nog iets van?” Die droom is het verlangen naar de bevrijding van Jeruzalem – dat betekent ‘huis van vrede’ – daar woont God.

Dus als wij in deze dagen zingen van “God komt zijn volk bezoeken in ’t midden van de dood” en van “Eer zij God die op de aarde naar ons toe gekomen is” dan zingen wij samen met Simeon en Hanna, omdat aan ons verlangen beantwoord zal gaan worden, omdat onze droom in vervulling begint te gaan: voorpret.

Het is de blijde verwachting die Simeon en Hanna tot op hoge leeftijd op de been hield – ze wilden nog ergens voor gáán. Het is hun vroomheid die hen in beweging zette, zo kon de Geest Simeon naar de tempel drijven, Zij gaf hem de energie om ervoor te gaan.

En zo, geestdriftig gaandeweg in de verwachting van de toekomst van God – lopen zij Jezus tegen het lijf: en Hij bezorgt hen – met eerbied gezegd – voorpret. In Hem komt de toekomst naderbij – de hemel komt op aarde, het Woord is vlees geworden.

Dat perspectief kleurt hun pret. Het is allesbepalend voor de manier waarop zij nú in het leven staan.

Dat spreekt ergens voor zichzelf: het perspectief op een maand vakantie in Honolulu doet je anders in het leven staan dan het perspectief op een maand behandelingen in een ziekenhuis.

En als je leeft in de verwachting van Gods toekomst, in het bewustzijn van de aanwezigheid van God – toen en daar in Jeruzalem, hier en nu in Bathmen – dan doet je dat anders in het leven staan dat stelt je óók voor keuzes die je soms anders maken, die je soms andere wegen doen gaan – waardoor je niet alleen vrienden zult maken zo zegt Simeon.

Die andere wegen hebben van doen met spiritualiteit, met dat vasten en dat bidden de bron van waaruit je geestdrift wordt gevoed, die je op weg doet gaan; die wegen hebben alles te maken met wat Lukas de bevrijding van Jeruzalem noemt – dat heeft alles te maken met politiek.

Er zijn mensen die denken dat politiek niet in de kerk thuishoort. Die mensen hebben het faliekant mis en dat is merkwaardig gelet het gegeven dat profeten als Jesaja en Johannes vooral koningen in naam van God de wacht aanzeggen vanwege hun politieke wanbeleid. Nee, de kerk heeft niets met politieke partijen maar wel met politiek als het bijvoorbeeld gaat om inkomensbeleid ten koste van de armen of om een immigratiebeleid dat gebaseerd is vreemdelingenhaat – om maar wat te noemen.

En dan zijn er nog wegen die leiden tot wat Lukas noemt het herstel of de vertroosting van Israël.

Vandaag zou ik dat willen benoemen als herschepping – de herschepping van de aarde als een plaats waar gerechtigheid en vrede heerst – de woonplaats van God. Het is de weg die je niet zozeer – eens – van de aarde naar de hemel leidt maar die je nu op aarde doet leven zoals in hemel.

Simeon en Hanna. Beide op hoge leeftijd – maar dat boet hun geestdrift niet in – integendeel! Door te vasten, te bidden en naar het Gods huis te gaan, regelmatig – dat wil zeggen: dag en nacht, voeden zij hun energie, hun geloof zodat zij gaande blijven ondanks tegenstand volgen zij Jezus na – voorpret – Gods toekomst tegemoet.

Met lied 605:

 De toekomst is al gaande
een bron in de woestijn
zingt tegen het vergaan in:
de dood zal niet meer zijn.
   
De toekomst houdt ons gaande,
voert ondanks tegenstand
ons uit het doods bestaande
naar nieuw, bewoonbaar land.

Amen.