Matteüs 21,6-9

Gemeente van Jezus Christus, vrienden van G’d,

Vandaag is de eerste zondag van de 40-dagentijd.

Met medewerking van onze ZWO-commissie zullen wij de 40-dagentijdcampagne van Kerk in Aktie volgen. Het thema van die campagne luidt « Zoek de stilte, ontdek wat je beweegt. »

Bij de vraag wat je beweegt moet ik altijd denken aan een auto. Een auto wordt in beweging gebracht door een motor maar zonder brandstof doet zo’n motor niet bijster veel. De vraag naar wat je beweegt, is met deze vergelijking de vraag naar je brandstof: waardoor word je gedreven, uit welke bronnen put je om te doen wat je wilt doen, waar word je zó geestdriftig van dat je in beweging komt?

De vraag naar wat je beweegt is één van drie belangrijkste spirituele vragen. De andere twee zijn wat is de zin of wat is de bestemming van mijn bestaan, waarom leef ik – en hoe geef ik mijn bestaan vorm, wat moet ik doen.

Maar goed – de komende 6 weken draait het voornamelijk om de vraag wat je ertoe brengt om op weg te gaan en wat je de energie geeft om dat op een bepaalde manier te doen.

Wat voor brandstof tank jij? Dat is erg belangrijk. Immers, wanneer je de verkeerde brandstof in je motor gooit, dan kom je nergens, in het ergste geval draait je hele motor zelfs in de soep.

En het is ook goed om te weten waar je de goede brandstof kunt tanken – want als je met een lege tank komt te staan, dan sta je stil – en bereik je je bestemming ook niet.

Grijp de kans, de gelegenheid de komende weken om stilte te staan – letterlijk en figuurlijk – om daadwerkelijk stil te zijn om te ontdekken wat je beweegt.

In ons evangelieverhaal van vandaag wordt er ook heel wat af bewogen: de leerlingen bewegen, de ezel, en verschillende groepen mensen. De enige die eigenlijk niet echt beweegt is Jezus: Hij wordt voortbewogen door de ezel.

Als het moet gaan over de vraag wat je beweegt dan stel ik voor om Jezus en de ezel vandaag buiten beschouwing te laten en om ons te beperken tot de andere bewegelijke types.

Allereerst die leerlingen.

Die gaan vooruit, zo staat er, en doen zoals Jezus heeft opgedragen.

Dat vooruitgaan heeft Jezus hen trouwens ook opgedragen.

De vraag wat hen beweegt, is dan ook bedrieglijk simpel: zij gaan vooruit omdat Jezus hen die opdracht geeft. Maar zo simpel is het natuurlijk niet. De spanning van deze beweging is door Willem Barnard onder woorden gebracht in de regels

O mijn God, gij zegt ‘ga’ en ik ga, Gij zegt ‘ga’ en ik ‘ga’, laat mij niet alleen…

Het vraagt een keuze om niet de meerderheid, de massa achterna te lopen; het vraagt lef om vooruit te gaan, om op de troepen vooruit te lopen: niet voor niets bestaan verkenners binnen de krijgsmacht niet alleen uit gespecialiseerde maar ook uit bijzonder geharde mannen.

Lef – dat is overigens Jiddisch voor ‘hart’, ‘durf’, ‘moed’ – lef wordt om twee redenen van die vooruitlopers vereist en dat valt mooi af te lezen aan onze evangelieverhaal.

Die vooruitlopers moeten een klus klaren – dat moeten ze doen zonder ruggensteun van degenen op wie ze vooruit lopen – ze staan er wat dat betreft enigszins alleen voor.

Maar bovendien moeten ze dikwijls een klus klaren die meer vraagt dan het gewone.

De twee leerlingen worden vooruitgestuurd om twee ezels op te halen met als enige legitimatie ‘de Heer heeft ze nodig’.

Moet je je voorstellen dat je in Bathmen een willekeurig weiland binnen loopt en twee paarden meeneemt en als iemand roept ‘wat moet dat!’ jij antwoordt ‘de Heer heeft ze nodig’.

Dat gaat alleen maar werken wanneer je daar zelf echt van overtuigd bent – niet eens zozeer dat de Heer ze nodig heeft, maar dat het vooral de Heer is die ze nodig heeft.

De Heer is Koning in hun ogen en die overtuiging zet hen in beweging, geeft hen het lef om meer te doen dan het gewone.

Het andere waarvoor lef is vereist, is het vertrouwen dat zij niet alleen worden gelaten. Dat ze niet denken vooruit te gaan maar dat niemand hen achter na komt – of dat ze eigenlijk domweg in de steek worden gelaten zoals bijvoorbeeld het geval zou zijn geweest als die twee leerlingen met die ezels terug waren gekomen maar Jezus in geen velden of wegen meer te bekennen zou zijn.

Die opdracht van Jezus is dus bedrieglijk simpel – maar de leerlingen komen in beweging omdat Jezus dat van hen vraagt. Het is dus niet de opdracht die hen in beweging zet – bijvoorbeeld omdat het weer ‘ns wat anders is, of omdat het een leuke, nuttige, goede, zinvolle of eervolle opdracht is. Nee, ze doen het en doen het zó omdat het Jezus is die hen die opdracht geeft.

Naast de leerlingen zien we ook de mensenmenigte bewegen. We zien min of meer 3 groepen of in elk geval drie verschillende bewegingen. Sommigen spreiden hun jas uit op weg, anderen breken takken van de bomen om die op de weg te spreiden en we zien mensen voor hem uit of achter hem aan lopen terwijl ze psalm 118 uitschreeuwen:

« hosanna voor de zoon van David! – gezegend hij die komt in de naam des Heren! -hosanna in den hoge! »

Normaal gesproken wordt deze psalm door de pelgrims gezongen – door Jezus dus maar hier is Hij degene die wórdt toegezongen: de menigte juicht Jezus toe als degene op wie wordt gewacht, de verwachte koning van de joden.

Dat voor- en nalopen al schreeuwend getuigt zo dus van erkenning – zoiets doe je immers niet willekeurig bij iedereen. Ze zijn blij met deze ezelberijder die zodoende alle bijbelse trekken heeft van de Gezalfde, de Messias, de Koning – denk alleen maar aan Zacharia 9:

« Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. »

En het past om een koning de nodige eer te bewijzen. En dus wordt met jassen en takken de rode loper uitgelegd. Het lijkt bijna niets maar toch zit er nog wel een verschilletje tussen die jassen en die takken. Dat voel je ook wel wat aan. Dat je een tak van de boom rukt om daar die ezel overheen te laten lopen is toch wel wat anders dan dat je je jas op de straat voor die ezel legt. Dat doe je ook niet voor iedereen – in elk geval niet voor iemand waar je boven staat maar alleen voor iemand aan wie je je wilt onderwerpen.

De mensenmenigte komt in beweging, zo lopen voor en lopen na, ze zingen en schreeuwen, gooien jassen en takken op de grond – niet omdat Jezus hen daartoe de opdracht geeft maar omdat ze Jezus herkennen en erkennen als hun Heer.

Dat zijn heerschappij anders uit zal pakken dan zij wensen doet er nu niet toe: zij erkennen Jezus als hun Heer, betonen Hem tekens van gehoorzaamheid en eer en heten Hem geestdriftig welkom in hun leven.

Refererend aan vorige week wil ik besluiten met een drietal vragen:

De eerste vraag is wederom om dit Bijbelgedeelte uit Matteüs eigenhandig over te schrijven op een papiertje; u kunt het dan gemakkelijk de hele week bij u dragen om het herhaaldelijk te lezen – kruis, streep, kleur woorden of tekstdelen die gaandeweg meer of een andere betekenis voor u krijgen.

Jezus geeft aan zijn leerlingen een opdracht. Die opdracht is niet per se voor iedereen dezelfde. Zo kregen slechts 2 leerlingen de taak op die ezels op te halen. Welke opdracht heeft Hij u gegeven? De kracht van het antwoord ligt in de herhaling van de vraag.

De derde en laatste vraag zal nog wel ‘ns vaker opduiken, de vraag van Dietrich Bonhoeffer: wie is Jezus – voor u – vandaag.

Amen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1920px-PD-icon.svg_.png