Matteüs 6,24-34

Gemeente van Jezus Christus, vrienden van G’d,

Mijn preek vandaag bestaat uit twee delen. Het tweede deel gaat over Matteüs 6.

Zoals u allemaal waarschijnlijk wel weet, ben ik net terug van vakantie. Ik ben onder meer naar Taizé geweest. Taizé is een oecumenische kloostergemeenschap in Frankrijk.

Het verblijf daar hield voor mij vooral stilte in – een stilteretraite, een week lang geen woord zeggen.

Over dit alles valt nog veel meer te vertellen maar er is één ding dat diepe indruk op mij heeft gemaakt en wat mij heeft beïnvloed. Dat zijn de Bijbelstudies. Iedere ochtend was er een Bijbelstudie. Die werden gegeven door frère Richard. Die wijze waarop hij de bijbel leest is voor mij nieuw, waardoor ik tot mijn stomme verbazing teksten zó heb gelezen alsof ik ze nog nooit eerder heb gezien.

Dat was fantastisch.

Of die wijze van Bijbellezen zich leent voor de prediking weet ik niet – maar ik wil ermee experimenteren.

Hoe dat uit zal gaan pakken, weet ik nu ook nog niet, maar ik zou u in elk geval willen vragen – zo u dat al niet doet – om in het vervolg op zondag een bijbel mee te nemen.

Uiteraard moet dat niet maar het lijkt me handig.

Matteüs 6.

De woorden van Jezus die we hebben gehoord kunnen op een vreselijk manier aan de haal gaan wanneer de context van die woorden uit het oog wordt verloren.

Wanneer we de reden vergeten waarom Jezus deze woorden spreekt, zouden we zomaar op het dwaze idee kunnen komen dat het leven voor christenen één grote vakantie is, omdat God het eten uit de hemel laat regenen en kleding aan de bomen laat groeien.

En omdat dat niet het geval is worden de woorden van Jezus naar het rijk der fabelen verwezen of minstens met een stevig korrel zout genomen.

Deze woorden van Jezus maken deel uit van zijn Bergrede.

En in die toespraak houdt Jezus zijn hoorders op verschillende manieren voor om een keuze te maken voor het een dan wel het ander – met alle gevolgen van dien.

Ons gedeelte begint met de keuze tussen God of de mammon.

Dat woord mammon heeft bij ons een vieze bijsmaak. Dat komt door dit vers. Maar in de bijbel is die mammon op zich niet verkeerd.

In Prediker staat bijvoorbeeld dat je God kunt dienen met je rijkdom – met je mammon.

Rijkdom kan een gave van God zijn waarvoor gedankt kan worden en waarmee gediend kan worden in het leven van hen die Jezus navolgen.

Rijkdom in deze zin staat dus ten dienste van God, is aan God ondergeschikt.

De mammon waar Jezus het over heeft is echter niet dienstbaar maar is een doel in zichzelf, het staat niet onder maar naast God. Ongemerkt heeft rijkdom of geld invloed gekregen, oefent het macht uit over mensen, wordt het leven van mensen door geld beheerst en heeft men voor de hele ziel en zaligheid de hoop op materiële voorspoed gevestigd.

Jezus zegt dat je je leven niet kunt laten beheersen door het verlangen naar God én tegelijkertijd ook door het verlangen naar geld. Er kan, zo gezegd, er maar één de baas zijn in je leven, er kan maar één principe zijn waardoor je je leven laat leiden.

Jezus plaats zijn navolgelingen voor de fundamentele keuze van hun leven: wat doet er nu werkelijk toe in het leven, wat is nu echt wezenlijk van belang, het is het een of het ander – een van die twee mogelijkheden zal hen even letterlijk als serieus een zorg zijn – en de verzen die dan volgen zijn daar een uitwerking van.

De NBV vertaalt dan “maak je geen zorgen over jezelf” – maar beter is “maak je niet overbezorgd over je bestaansmiddelen”.

Of zoals Lapide vertaalt, “over je levensonderhoud” want ons bestaan draait toch om belangrijkere zaken dan wat je aan zult trekken of wat je zult eten.

Let wel, Jezus zegt niet dat eten en kleding er niet toe doen maar hij zegt dat wát je eet of wát je aantrekt niet iets is om je druk over te maken: champagne of water, Armani, Gucci, Lacoste of de Zeeman voor waar het in het leven werkelijk om gaat doet het er volstrekt niet toe dat je je daar zorgen over maakt.

Sterker nog, het heeft helemaal geen zin je daar zorgen om te maken – ten eerste omdat het geen zoden aan de dijk zet. Door je zorgen te maken word je heus niet opeens 46 centimeter langer – dat is namelijk één el.

Het vermoeden is dat Jezus met die ene el eerder doelt op levenslengte dan lichaamslengte want hoeveel mensen willen nu dolgraag 46 centimeter langer zijn?

Van hen die langer willen leven daarentegen zijn er heel wat meer. Maar helpt het dan dat je je daar zorgen over maakt? Nee, eerder het tegendeel.

Jezus draagt nog een andere reden aan waarom het weinig zinvol is om je overdreven druk te maken over wat je draagt: alsof er niets belangrijker is dan je verschijning. Immers, zegt Jezus, dat alles is toch vergankelijk, het is verderfelijk waar, het houdt in de tijd toch geen stand. En waarom zou je je dan daar druk over maken, waarom zou je je leven laten bepalen door wat je eet, door wat voor kleren je draagt.

En dan concludeert Jezus “naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.”

Jezus zegt dus niet dat voedsel en kleding er niet toe doen – natuurlijk heb je dat nodig, dat weet God ook – maar het is niet waar het leven om draait, het leven wordt er niet door beheerst, geld, rijkdom, welvaart zijn niet de levenswaarden die onze levensnormen bepalen.

Zo komt Jezus weer terug waarmee Hij begonnen is: de oproep om een keuze te maken, de keuze om eerst Gods koninkrijk te zoeken. Beter zou zijn om te lezen ‘koningschap’ – daarmee wordt het verband met de voorgaande verzen ook helder: de vraag is door wat of wie je je leven laat beheersen.

Eerst zoeken naar Gods koningschap betekent dat je ernaar zoekt om je leven door God te laten beheersen.

Kiezen voor het koninkrijk van de Vader is kiezen voor Jezus: de bereidheid om niet alleen in hem te geloven maar ook om metterdaad leerling van hem te zijn, discipel, navolgeling, bereid om te leven zoals Hij met alle eventuele gevolgen van dien.

Mooier dan de spreukendichter kan het haast niet gezegd worden – en vandaag zou ik daarmee willen besluiten –  in Spreuken 3 vers 6 staat:

“Denk aan hem bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg.” –

of zoals Jezus het zegt: “dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.”

Refererend aan het begin van deze preek wil ik tot slot u 3 vragen meegeven.

Ten eerste zou ik u willen vragen om thuis deze woorden van Jezus volgens Matteüs eigenhandig over te schrijven op papier. De komende weekdagen kunt u de tekst dan herlezen, keer op keer, en woorden onderstrepen of een kleur geven die u gaandeweg opeens opvallen of een andere betekenis krijgen. Zo maakt u zich deze tekst meer en meer eigen, door deze woorden van Jezus te herkauwen, zullen ze voor u tot leven komen.

Jezus confronteert ons met de keuze om God voor alles en bij alles te betrekken – daar zijn we waarschijnlijk al aan gewend geraakt maar probeer komende week bewust aan God te denken bij alles, hoe onbenullig ook, wat je doet.

En tenslotte zou ik u willen vragen om komende week een antwoord te zoeken op de vraag welk oriëntatiepunt u gekozen heeft voor al uw doen en laten – wie of wat is als het eropaan komt van doorslaggevende betekenis?

Amen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1920px-PD-icon.svg_.png